WENDUNGEN vzw











WENDUNGEN
AGENDA
HISTORIEK











BERKENSTRAAT 51
2220 HEIST-OP-DEN-BERG
BELGIË

1986- 1987 - 1988 - 1989 - 1990 - 1991 - 1992 - 1993 - 1994 - 1995 - 1996 - 1997 - 1998 - 1999 - 2000 - 2001 - 2002 - 2003 - 2004 - 2005 - 2006 - 2007 - 2008 - 2009 - 2010- 2011- 2012 - 2013 - 2014 - 2015 - 2016 - 2017




WENDUNGEN@TELENET.BE
2006


















































TEL: +32 015 22 50 74

Nationale Compositiewedstrijd "WENDUNGEN" 2006
Voor koor -Capella di Voce olv. Kurt Bikkembergs -
Thema: Gregoriaans
Wedstrijdformulier (pdf) (198kb)
Laureaat: Jean-Paul Byloo
uitvoering 8 oktober CC Zwaneberg
info: Festival Van Vlaanderen
Gregoriaanse inspiratie

Capella di Voce legt zich toe op hedendaagse, vernieuwende koormuziek. Maar om hedendaags en vernieuwend te zijn, is het ook belangrijk zijn klassiekers te kennen. Gregoriaanse muziek bijvoorbeeld. In de Westerse muziek is samen zingen begonnen met (religieuze) teksten die niet zo maar werden uitgesproken, maar wel op een melodie gedeclameerd. Dat alles opdat de tekst de juiste klemtonen en de gepaste aandacht zou krijgen.Capella di Voce brengt werk van Bikkembergs, Duruflé, Claesen, Van der Roost, Tas, Nees en Geysen. Als extra werk is er de compositie van Jean-Paul Byloo, winnaar van de compositiewedstrijd van Wendungen vzw.


Gregoriaanse melodieën zijn eeuwen lang uitgevoerd en behoren inmiddels tot een collectief muzikaal geheugen. Een rijke erfenis, waarmee heel wat hedendaagse componisten aan de slag zijn gegaan, elk op zijn manier.

Alle stukken op het programma zijn gebaseerd op bestaande Gregoriaanse melodieën. Er zijn verschillende manieren om zo'n Gregoriaanse basismelodie in een compositie te verwerken. Er zijn componisten die de Gregoriaanse wijze volledig overnemen. Een luisteraar die de Gregoriaanse basismelodie kent, kan bij wijze van spreken het hele oorspronkelijke gegeven zo meezingen.
Dat is bijvoorbeeld het geval bij de motetten van Duruflé. Aanvankelijk was een motet een stuk waarbij de tenor de melodie 'draagt' (tenere=dragen). Bij Duruflé zit de Gregoriaanse melodie niet noodzakelijk bij de tenor, ze kan ook bij sopraan, alt of baspartij zitten. Meestal wordt de melodie van de ene naar de andere stemgroep doorgegeven. Dan is het natuurlijk de kunst om dat in de uitvoering ook te laten horen - wie heeft op welk moment de melodie en welke stemgroepen moeten die melodie inkleuren? Want kleuren zijn er te over: Duruflé zet er warme, gloedvolle harmonieën tegenover de Gregoriaanse wijs.
In het "Pater Noster" van Kurt Bikkembergs gaat het anders: daar worden korte Gregoriaanse fragmenten door elkaar gezongen tot ze een klankwolk vormen. het geheel vormt natuurlijk ook een harmonie en een kleur, maar totaal anders dan bij Duruflé. Eenzelfde principe hanteert hij Bikkembergs "Even such is Time - Tantum ergo". Een meisjeskoortje zingt het "Even such is time", terwijl de volledige koorgroep de Gregoriaanse melodie van het Tantum ergo uitvoert. Het "Tantum ergo" is in fragmentjes geknipt. Elk fragment wordt herhaald, door elkaar, met weer een wolk van klanken als begeleiding voor het meisjeskoor.
Rudi Tas geeft in zijn "Ave maria" de Gregoriaanse wijze aan een sopraansolo. Het koor zingt een begeleiding bij die melodie. Heel duidelijk gezet dus.
Vic Nees citeert in zijn "Alma Redemptoris Mater" beperkte frases van het Gregoriaans, hij neemt bepaalde toonafstanden en tekstzettingen uit de basismelodie over en verdeelt die onder verschillende stemgroepen. Met dat Gregoriaans basismateriaal schrijft de componist een heel 'herkenbare Nees'. Hij volgt heel getrouw tekstaccenten volgt en laat de betekenis volledig tot haar recht komen. De wisselende stemmingen van de tekst zijn weergegeven in tempo- en dynamische wisselingen. Deze compositie was een verplicht werk voor de Internationale Koorwedstrijd Cantate 1987. Dat betekent dus ook dat het een zekere moeilijkheidsgraad heeft en dat de compostie een koor de mogelijkheid biedt te tonen wat het kan (hoe interpreteert het de compositie, welke verschillende klankkleuren heeft het koor, is het verstaanbaar, kan het stille en luide passages aan...). Eens de technische moeilijkheden overwonnen, een heel dankbaar stuk om te interpreteren dus.
"Ego sum vitis vera" is het communie-motet uit de "Neusser Messe" van Vic Nees. Hier citeert de componist ongewijzigd fragmenten uit het Gregoriaans, namelijk in de aanhef van het stuk en in het middendeel, waarin vijf zinnen uit psalm 79 tonus IV worden aangehaald. Waarna de componist in dezelfde toonaard verdergaat, die geleidelijk verschuift naar andere toonaarden en dus ook het karakter van de muziek wijzigt.

De mogelijkheden om met het Gregoriaans basismateriaal aan de slag te gaan zijn legio. De luisteraar die de Gregoriaanse basismelodieën kent, zal er genoegen aan beleven die te herkennen in de bewerkingen, maar geen nood voor wie er niet mee vertrouwd is. Zo'n onbevangen luisteraar hoort een staalkaart van hedendaagse en toch harmonieuze koormuziek.

Programma:

Gregoriaanse inspiratie
Kurt Bikkembergs - Tantum ergo/Even such is time
Maurice Duruflé - Quatre motets sur des thèmes gregorièns (op.10)
Frank Van Nimwegen - (Interludia) Jam sol recedit igneus
Kurt Bikkembergs - Pater noster
Ludo Claesen - Rorate
Jan Van der Roost - Beata viscerens
Rudi Tas - Ave Maria
Jean-Paul Byloo - Alleluia Variaties creatie (winnaar compositiewedstrijd)
Vic Nees - Alma redemptoris mater
Frans Geysen - Marialied
Vic Nees - Ego sum vitas vera (uit “Neusser Messe”)
Kurt Bikkembergs - Telkens de dag de nacht in gaat

---------------------------------------------

Theater Paljas

Vetten en Kollidraten
Alles over vermageren

Parochiecentrum, Itegem